Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van Breda op haar bezwaarschrift tegen de gedeeltelijke afwijzing van haar verzoek om opvang en begeleiding op grond van de Jeugdwet.
De rechtbank stelde vast dat het college niet binnen de wettelijke beslistermijn had beslist, ondanks ingebrekestelling en verzoek tot spoedige besluitvorming. Het college heeft geen stukken of verweerschrift ingediend, waardoor de rechtbank het beroep gegrond verklaarde.
De rechtbank stelde de door het college verbeurde dwangsom vast op het maximale bedrag van € 1.442,- en legde een aanvullende dwangsom van € 100,- per dag op voor de termijnoverschrijding na de uitspraak, met een maximum van € 15.000,-. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Het college werd opgedragen binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit op het bezwaar te nemen en bekend te maken. De rechtbank oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren om een hogere dwangsom toe te kennen.
De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 12 mei 2021 en is openbaar gemaakt via Rechtspraak.nl.