ECLI:NL:RBZWB:2021:2486
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking besluit WIA-uitkering
Verzoekster stelde beroep in tegen het besluit van het UWV van 7 januari 2020, waarin de toekenning van een WIA-uitkering met verkorte wachttijd aan haar werknemer werd geweigerd. Tijdens de procedure gaf de rechtbank het UWV de gelegenheid het besluit te herstellen. Het UWV trok het besluit op 22 april 2021 in en kende alsnog per 18 september 2019 een IVA-uitkering toe.
Hierna trok verzoekster haar beroep in en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 1.068,- voor rechtsbijstand. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 354,- door het UWV rechtstreeks aan verzoekster moet worden vergoed.
De uitspraak werd gedaan door rechter I.M. Josten op 18 mei 2021 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 1.068,- aan proceskosten aan verzoekster.