Eiser, werkzaam als deur-tot-deur energieverkoper, viel op 12 februari 2019 uit wegens psychische klachten en ontving vanaf 18 februari 2019 een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaarsbeoordeling beëindigde het UWV de uitkering per 12 maart 2020, omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Eiser maakte bezwaar en stelde dat het medisch oordeel onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen onderschat werden.
De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht afging op de rapporten van verzekeringsartsen die zowel psychische als lichamelijke beperkingen objectief hebben vastgesteld. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan het medisch oordeel, ook niet op grond van de door eiser aangevoerde aanvullende klachten en het verzoek tot deskundigenonderzoek. De arbeidsdeskundige heeft passende functies geselecteerd die eiser medisch gezien kan verrichten.
Op basis van deze functies concludeert het UWV dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waardoor het recht op Ziektewetuitkering vervalt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst verdere proceskostenveroordelingen af.