ECLI:NL:RBZWB:2021:2514
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking beroep wegens toekenning WIA-uitkering
Verzoeker stelde beroep in tegen het besluit van het UWV om zijn WIA-uitkering per 3 september 2019 te beëindigen. Na bezwaar verklaarde het UWV bij besluit van 24 februari 2021 het bezwaar gegrond en herkende verzoeker als duurzaam en volledig arbeidsongeschikt, waarna de WIA-uitkering werd toegekend.
Naar aanleiding hiervan trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV stelde zich niet te verzetten tegen een proceskostenveroordeling conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoeker is tegemoetgekomen en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van € 1.068,-. Het griffierecht van € 47,- werd door het UWV rechtstreeks aan verzoeker vergoed, zodat een veroordeling daarvoor niet nodig was.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenveroordeling af, behalve voor het bedrag van € 1.068,- aan proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter V.M. Schotanus en griffier R.V. van Vliet op 28 mei 2021.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.068,- na het gegrond verklaren van het bezwaar en intrekking van het beroep.