ECLI:NL:RBZWB:2021:2648
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking omgevingsvergunning voor bouw loods en hygiënesluis
Verzoeker maakte bezwaar tegen de intrekking van omgevingsvergunningen voor het bouwen van een loods-rundveestal en een ontvangstruimte met hygiënesluis op een perceel in Tilburg. Hij verzocht tevens om voorlopige voorzieningen om gebruik van de vergunningen mogelijk te maken voordat de bezwaarprocedure was afgerond.
De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van onverwijlde spoed die het niet kunnen afwachten van de bezwaarprocedure rechtvaardigde. Verzoeker stelde dat het niet kunnen bouwen de bedrijfsontwikkeling ernstig zou schaden, met name door het effect op de kalveropfok en de financiële situatie van het bedrijf.
Uit de overgelegde stukken bleek dat de vergunningen al in 2009 waren verleend en dat verzoeker al werkzaamheden had verricht. Ook al was er vertraging door persoonlijke omstandigheden en Covid-19, verzoeker kon zijn bedrijf nog exploiteren en had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de intrekking op korte termijn tot een financiële noodsituatie zou leiden.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de spoedeisendheid ontbrak en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de omgevingsvergunningen wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.