ECLI:NL:RBZWB:2021:2703

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 juni 2021
Publicatiedatum
1 juni 2021
Zaaknummer
BRE-20_10377
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken motivering bij aanslag inkomstenbelasting

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar inzake een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en een opgelegde boete. Het beroepschrift bevatte echter geen motivering, wat een wettelijke vereiste is volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het enkel bijvoegen van een kopie van de uitspraak op bezwaar volstaat niet als motivering.

De griffier heeft belanghebbende meerdere malen schriftelijk de gelegenheid geboden om het verzuim te herstellen binnen gestelde termijnen, waaronder een aanmaning per aangetekende brief. Belanghebbende heeft verzocht om aanhouding, maar dit verzoek is afgewezen. Ondanks herhaalde kansen heeft belanghebbende het verzuim niet hersteld.

Gezien het ontbreken van de noodzakelijke motivering verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier P. van der Hoeven op 1 juni 2021 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een motivering in het beroepschrift.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer BRE 20/10377
uitspraak van 1 juni 2021
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] ,

belanghebbende,
en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.

Motivering

Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de uitspraak op bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen met aanslagnummer [aanslagnummer] H.86.01 en de bij beschikking opgelegde boete.
Het beroepschrift bevat geen motivering (geen “gronden”), terwijl een motivering wel een wettelijke eis aan een beroepschrift is (artikel 6:5 van Pro de Awb). Het enkel bijvoegen van een kopie van de uitspraak op bezwaar geldt niet als een motivering. Dit betekent dat er sprake is van een verzuim als bedoeld in artikel 6:6 van Pro de Awb.
De griffier heeft belanghebbende bij brief van 20 januari 2021 de kans gegeven dit verzuim te herstellen binnen vier weken na de datum van verzending van die brief. Bij brief van 16 februari 2021 heeft belanghebbende verzocht om aanhouding voor het indienen van de gronden en voor de gehele behandeling van de zaak in verband met een aansprakelijkstelling van de gemeente. Dit verzoek om aanhouding heeft de griffier bij brief van 22 februari 2021 afgewezen. Daarbij is belanghebbende nogmaals de kans gegeven het verzuim te herstellen binnen vier weken na de datum van verzending van die brief. Dit verzoek is herhaald bij aangetekende brief van 25 maart 2021 met een laatste termijn van twee weken. Deze brieven bevatten de waarschuwing dat indien het verzuim niet tijdig wordt hersteld, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren.
Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de aangetekende brief afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres.
Belanghebbende heeft het verzuim niet hersteld binnen de gestelde termijn en heeft het verzuim nog altijd niet hersteld.
De rechtbank ziet onder deze omstandigheden aanleiding om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van
P. van der Hoeven, griffier, op 1 juni 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.