Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[eis] ,
- mevrouw [eis] , bijgestaan door mr. Kamp, voornoemd,
- mevrouw [eis] , schadebehandelaar bij Arriva, bijgestaan door mr. Van Mourik, voornoemd.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres stelt dat zij is gevallen bij het uitstappen uit een bus doordat zij tussen de bus en de stoeprand stapte met haar linkerbeen, en vordert aansprakelijkheid van Arriva voor de daaruit voortvloeiende letselschade.
Arriva betwist de toedracht van de val, onderbouwd met foto’s en videobeelden uit de bus. De rechtbank beoordeelt deze bewijzen en constateert dat de foto’s niet overeenkomen met de stellingen van eiseres; haar linkerknie bevindt zich buiten de bus terwijl de voet nog binnen is, wat niet strookt met haar verklaring.
Omdat eiseres geen ander bewijs heeft geleverd en de stellingen onvoldoende zijn onderbouwd, kan niet worden vastgesteld dat de val een ongeval in verband met het vervoer betreft. De rechtbank wijst daarom de vorderingen af en veroordeelt eiseres in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiseres worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat de val een ongeval in verband met het vervoer betreft.