ECLI:NL:RBZWB:2021:277
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij weigering Wajong-uitkering
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 13 oktober 2020 waarin haar aanvraag voor een Wajong-uitkering werd geweigerd. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de uitkering met voorrang toe te kennen in afwachting van de beslissing op bezwaar.
De voorzieningenrechter beoordeelde het spoedeisend belang van het verzoek. Uit de door verzoekster overgelegde financiële gegevens bleek dat zij weliswaar weinig financiële ruimte had, maar niet in een acute noodsituatie verkeerde zoals het dreigen van verlies van onderdak of het niet kunnen voorzien in noodzakelijke levensbehoeften.
Daarom concludeerde de voorzieningenrechter dat het spoedeisend belang ontbrak en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.