ECLI:NL:RBZWB:2021:2812
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Tozo-uitkering wegens niet voldoen aan urencriterium
Eiseres, zelfstandig ondernemer sinds 2014, vroeg op 26 maart 2020 een Tozo-uitkering aan. Het college wees de aanvraag af omdat zij niet voldeed aan het urencriterium van minimaal 1.225 uur per jaar werkzaam zijn in het eigen bedrijf. Eiseres erkende dit, maar stelde dat zij indirecte uren maakte die niet waren geregistreerd en dat zij daardoor mogelijk wel aan het criterium voldeed.
De rechtbank oordeelde dat het urencriterium dwingend is voorgeschreven in de Tozo-regeling en dat er geen uitzonderingsbepaling of hardheidsclausule bestaat. Eiseres had geen bewijs geleverd dat zij daadwerkelijk aan het criterium voldeed, mede omdat zij bewust indirecte uren niet had geregistreerd. De rechtbank verwierp ook het betoog over discriminatie ten opzichte van grotere bedrijven, omdat het urencriterium een objectieve maatstaf is voor het reële karakter van de onderneming.
De rechtbank concludeerde dat eiseres andere mogelijkheden heeft om inkomensverlies te compenseren, zoals bijstand op grond van de Participatiewet. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Tozo-aanvraag wordt ongegrond verklaard omdat eiseres niet voldoet aan het urencriterium.