Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland, maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2016 waarin de inspecteur de aftrek eigen woning niet had verleend en een bedrag aan niet aangegeven inkomsten had toegevoegd.
De rechtbank stelt vast dat belanghebbende niet voldoet aan de voorwaarden voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtige en dat Nederland op grond van Unierecht niet verplicht is belastingvoordelen toe te kennen aan niet-ingezetenen met een voldoende inkomen in de woonstaat.
Belanghebbende voerde aan dat Duitsland vanwege zijn geringe inkomen geen rekening kan houden met zijn persoonlijke situatie en dat hij recht heeft op aftrek eigen woning naar rato van het in Nederland belast inkomen. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende deze stellingen onvoldoende heeft onderbouwd en dat de situatie niet vergelijkbaar is met eerdere jurisprudentie die een pro rata aftrek toestond.
De rechtbank concludeert dat de inspecteur de aftrek eigen woning terecht heeft geweigerd en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aftrek eigen woning wordt niet toegekend.