ECLI:NL:RBZWB:2021:2898
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit college Breda op handhavingsverzoek
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van Breda op zijn verzoek om handhaving van mogelijke illegale bouwactiviteiten.
De rechtbank stelde vast dat het college de beslistermijn van acht weken na ontvangst van de aanvraag op 4 september 2020 had overschreden. Eiser had het college op 22 december 2020 in gebreke gesteld en sindsdien waren meer dan twee weken verstreken, waardoor het beroep gegrond werd verklaard.
De rechtbank stelde de door het college verbeurde dwangsom vast op het maximale bedrag van €1.442,- en legde een aanvullende dwangsom van €100,- per dag op voor elke dag dat het college na de uitspraak niet zou beslissen, met een maximum van €15.000,-.
Verder werd het college veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. De rechtbank droeg het college op binnen zes weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen en bekend te maken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt opgedragen binnen zes weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en vergoeding van kosten.