ECLI:NL:RBZWB:2021:2934
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na toekenning volledige WIA-uitkering
Verzoeker stelde beroep in tegen het besluit van het UWV van 10 december 2019 waarin een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering werd toegekend. Na een tussenuitspraak van de rechtbank op 11 februari 2021 wijzigde het UWV haar standpunt en kende zij bij besluit van 19 maart 2021 alsnog een volledige en duurzame arbeidsongeschiktheidsuitkering (IVA-uitkering) toe met terugwerkende kracht tot 17 mei 2019.
Naar aanleiding hiervan trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV had reeds toegezegd deze kosten en het griffierecht te vergoeden. De rechtbank stelde vast dat het UWV aan verzoeker was tegemoetgekomen en veroordeelde het UWV daarom in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €1.068,00 op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Daarnaast overwoog de rechtbank dat het griffierecht van €48,00 door het UWV vergoed dient te worden op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb, zodat een veroordeling daarvoor niet nodig was. De uitspraak werd gedaan door rechter Van de Sande op 11 juni 2021 en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker ter hoogte van €1.068,00 na toekenning van een volledige WIA-uitkering.