ECLI:NL:RBZWB:2021:2999

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 juni 2021
Publicatiedatum
15 juni 2021
Zaaknummer
AWB - 21 _ 493
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:106 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking beroep parkeerbelasting

Belanghebbende heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om de heffingsambtenaar te veroordelen tot vergoeding van proceskosten. Dit verzoek volgt op de intrekking van het beroep tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting.

De rechtbank stelt vast dat de proceskosten voor juridische bijstand in de beroepsfase €534 bedragen, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht. Voor de bezwaarfase is geen vergoeding toegekend omdat niet tijdig om vergoeding is verzocht. Het betaalde griffierecht van €49 kan niet via deze procedure worden vergoed, maar moet de heffingsambtenaar uit eigen beweging terugbetalen volgens artikel 8:41, zevende lid, Awb.

De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten van €534 aan belanghebbende. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier N. Plasman op 15 juni 2021 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De heffingsambtenaar is veroordeeld tot vergoeding van €534 aan proceskosten na intrekking van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer BRE 21/493
uitspraak van 15 juni 2021
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a in verbinding met artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] ,

belanghebbende,
en

de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking West-Brabant,

de heffingsambtenaar.

Betreft

Het verzoek van belanghebbende op grond van artikel 8:75a van de Awb om de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten.

Motivering

Belanghebbende heeft verzocht om een vergoeding van proceskosten in verband met de intrekking van het beroep betreffende de naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer] .
De heffingsambtenaar heeft meegedeeld dat proceskosten kunnen worden vergoed op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank stelt de te vergoeden kosten voor juridische bijstand in de beroepsfase vast op € 534. Dit bedrag is gebaseerd op toepassing van het tarief dat is vermeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 534 en een wegingsfactor 1). Voor een vergoeding van kosten in de bezwaarfase is geen aanleiding, aangezien niet is gebleken dat daar tijdig om is verzocht.
Belanghebbende heeft € 49 aan griffierecht betaald. De wet biedt niet de mogelijkheid om in deze procedure de heffingsambtenaar te veroordelen tot het vergoeden van griffierecht. De heffingsambtenaar moet dat echter wel uit zichzelf doen (artikel 8:41, zevende lid, van de Awb).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende van € 534.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 15 juni 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
(de rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen)
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist (artikel 8:55, derde lid en artikel 8:106, eerste lid Awb).

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.