ECLI:NL:RBZWB:2021:305
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering en bijzondere bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Eiser ontvangt sinds juni 2019 een bijstandsuitkering en huurt een woning aan een adres in Tilburg. Na een melding over arbeidsinkomsten startte het college een onderzoek naar zijn financiële situatie, waarbij werd vastgesteld dat eiser vermoedelijk niet op het opgegeven adres woont maar bij zijn echtgenote. Het college heeft daarop de bijstandsuitkering ingetrokken per 10 oktober 2019 en de toegekende bijzondere bijstand voor woninginrichting teruggevorderd.
Eiser betwistte de rechtmatigheid van het huisbezoek en stelde dat hij gescheiden leeft en zijn hoofdverblijf op het opgegeven adres heeft. De rechtbank oordeelde echter dat het huisbezoek rechtmatig was en dat de bevindingen, waaronder het ontbreken van inboedel op het opgegeven adres en het gebruik van dezelfde aankoopbonnen door eiser en zijn echtgenote, wijzen op schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank concludeert dat eiser niet heeft aangetoond dat hij op het opgegeven adres woont en dat hij de bijzondere bijstand niet heeft besteed aan zijn eigen woning, maar aan die van zijn echtgenote. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van het college bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand en bijzondere bijstand bevestigd.