Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juni 2021 in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [naam woonplaats] , eiseres
Procesverloop
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres, werkzaam als incassomedewerkster, ontving een Ziektewetuitkering die het UWV per 28 maart 2019 beëindigde nadat medisch onderzoek uitwees dat zij weer geschikt was haar eigen werk te doen.
Eiseres voerde aan dat zij door schildklierproblemen en andere klachten zoals vermoeidheid en spierpijn niet in staat was volledig te werken en dat het UWV een urenbeperking had moeten toepassen. Zij overlegde medische informatie van haar internist en huisarts ter onderbouwing.
De rechtbank stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts b&b voldoende had gemotiveerd waarom eiseres geschikt werd geacht haar eigen lichte fysieke werk te verrichten. De schildklierwaarden waren genormaliseerd en er was geen somatisch substraat voor de klachten gevonden.
De rechtbank concludeerde dat de klachten niet tot beperkingen leidden die het eigen werk onmogelijk maakten en dat het beroep ongegrond was. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard.