Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda om haar aanvraag voor bijzondere bijstand buiten behandeling te stellen. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
Nadat het college telefonisch had meegedeeld het bestreden besluit in te trekken en verzoekster hierover was geïnformeerd, trok verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat door de intrekking van het besluit het college (gedeeltelijk) aan verzoekster was tegemoetgekomen, aangezien de aanvraag weer in behandeling werd genomen. Daarom wees de voorzieningenrechter de proceskostenveroordeling toe en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
De proceskosten werden vastgesteld op € 267,--, gebaseerd op de zwaarte van de zaak en het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het griffierecht werd vastgesteld op € 49,--. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.