Eiser diende op 23 oktober 2019 een aanvraag in voor een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg vroeg herhaaldelijk om aanvullende bewijsstukken over zijn vermogen, schulden en inkomsten, waaronder gegevens over zijn onderneming, een pizzeria die hij had overgenomen.
Eiser leverde onvoldoende bewijsstukken aan en verstrekte niet alle gevraagde informatie. Het college nam contact op met de boekhouder van eiser, waaruit bleek dat de pizzeria in november 2019 een omzet van €10.000 en een winst van €5.000 had, wat hoger was dan de bijstandsnorm. Het college wees de aanvraag af en vorderde het voorschot van €880 terug.
Eiser voerde aan dat hij schulden had en geen middelen om in levensonderhoud te voorzien, en dat het college hem had moeten wijzen op de mogelijkheid van Bijstand voor zelfstandigen (Bbz). De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende inlichtingen had verstrekt, dat de inkomsten hoger waren dan de norm en dat het risico van schuldenaflossing voor zijn rekening komt. Het beroep werd ongegrond verklaard.