Uitspraak
Feiten en omstandigheden
Omvang geschil
Wettelijk kader
Bestreden besluit I
Medische beoordeling
Geschiktheid voor de functies
Mate van arbeidsongeschiktheid
.
Bestreden besluit II
Proceskosten en griffierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen twee besluiten van het UWV over de toekenning en betaling van een WIA-uitkering aan een werkneemster die vanwege psychische klachten, veroorzaakt door een burn-out, gedeeltelijk arbeidsongeschikt is verklaard. De werkneemster was van 2010 tot 2017 in dienst bij eiseres en is daarna zelfstandig ondernemer geworden.
De rechtbank heeft het medisch dossier onderzocht, waaronder rapportages van verzekeringsartsen en een psychiater. De verzekeringsartsen stelden vast dat de werkneemster nog restbeperkingen heeft, vooral bij hogere psychomentale belastingen, en dat zij niet geschikt is voor haar eigen werk. Eiseres betwistte het bestaan van ziekte en de juistheid van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), maar de rechtbank vond de medische beoordeling zorgvuldig en voldoende onderbouwd.
Ook de arbeidsdeskundige oordeelde dat de werkneemster niet geschikt is voor haar eerdere functie en stelde passende alternatieve functies vast. Eiseres trok haar bezwaren tegen deze functies in. De rechtbank concludeerde dat de mate van arbeidsongeschiktheid van 52,75% terecht is vastgesteld en dat het UWV het voorschot op de WIA-uitkering vanaf 1 januari 2021 mag verstrekken.
Daarom verklaart de rechtbank de beroepen ongegrond en ziet zij geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De beroepen tegen de besluiten van het UWV worden ongegrond verklaard en de WIA-uitkering wordt bevestigd met een arbeidsongeschiktheid van 52,75%.