Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester van Waalwijk om zijn woning voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, vanwege vermoedelijke handel in harddrugs. De politie had op 8 april 2021 een controle uitgevoerd na meldingen van omwonenden over kortstondige bezoeken aan de woning, waarbij meerdere personen met cocaïne werden aangetroffen.
Tijdens de controle werden drie potentiële kopers aangehouden met cocaïne, en in de woning werd een groot geldbedrag en hulpmiddelen voor drugshandel gevonden. Verzoeker heeft geen zienswijze gegeven en betwistte de bevoegdheid van de burgemeester en de noodzaak van sluiting.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was het besluit te nemen, ook al was er geen drugs aangetroffen in de woning zelf, omdat op basis van meldingen en waarnemingen aannemelijk was dat handel plaatsvond. De belangenafweging wees uit dat het algemeen belang bij handhaving van de openbare orde zwaarder woog dan het belang van verzoeker.
Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.