ECLI:NL:RBZWB:2021:3135
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding Participatiewet
Eiser kreeg op 27 februari 2020 een bestuurlijke boete opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Breda wegens schending van de inlichtingenplicht onder de Participatiewet. Tegen dit primaire besluit werd een bezwaarschrift ingediend, maar dit was niet tijdig omdat het pas op 21 mei 2020 werd ontvangen, terwijl de termijn op 10 april 2020 was verstreken.
Eiser voerde aan dat zijn ernstige geestelijke en financiële problemen, waaronder een trauma door een verkrachting in 2017 en taalachterstand, hem verhinderden tijdig bezwaar te maken. Zijn gemachtigde en budgetbeheerder waren betrokken, maar richtten zich aanvankelijk niet op het primaire besluit. Het college stelde dat er geen medische stukken waren en dat eiser voldoende gelegenheid had gehad om bezwaar te maken, ook via derden.
De rechtbank erkent de lastige persoonlijke situatie van eiser, maar oordeelt dat deze omstandigheden niet uitzonderlijk genoeg zijn om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Het college heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.