ECLI:NL:RBZWB:2021:3252
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening studiefinanciering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van DUO van 15 april 2021 waarin zijn studiefinanciering werd geweigerd. Hij stelde dat zonder deze voorziening hij in een tijdelijke financiële noodsituatie zou komen, omdat hij geen aanspraak kan maken op bijstand, geen lening kan afsluiten en geen financiële steun van zijn ouders ontvangt.
De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen wordt toegekend bij onverwijlde spoed, wat bij financiële geschillen niet snel het geval is. Uit de door verzoeker overgelegde bankafschriften bleek dat er in de periode van twee maanden een bedrag van €5.306,41 is bijgeschreven, waaronder stortingen van een buitenlandse bankrekening. Daarnaast was het onduidelijk op welke datum het lage saldo van €11,25 betrekking had.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat sprake is van een acute financiële nood of een onomkeerbare situatie. De enkele omstandigheid dat de uitgaven hoger zijn dan de inkomsten was onvoldoende. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor studiefinanciering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.