ECLI:NL:RBZWB:2021:3253
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening studiefinanciering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van DUO van 5 maart 2021 omtrent studiefinanciering en verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb besloten geen zitting te houden.
Verzoeker stelde dat de aard van studiefinanciering spoedeisend belang inhoudt omdat het dient voor levensonderhoud en hij zich in een tijdelijke financiële noodsituatie bevindt. Hij heeft geen recht op bijstand, kan niet lenen van derden en ontvangt geen financiële steun van ouders. Ter onderbouwing overlegde hij bankafschriften en saldo-overzichten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat uit de overgelegde stukken niet blijkt dat sprake is van een acute financiële nood of onomkeerbare situatie. Het feit dat de inkomsten lager zijn dan de uitgaven is onvoldoende. De bankafschriften tonen een bijschrijving van € 2.342,16 in twee maanden en stortingen van een buitenlandse rekening. De saldi-overzichten waren niet relevant wegens ontbrekende datumvermelding.
Daarom is geen spoedeisend belang vastgesteld en kan de uitkomst van de bodemprocedure worden afgewacht. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor studiefinanciering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.