Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
tussenuitspraak van 26 januari 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], te [plaatsnaam], eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Omvang geschil
Wettelijk kader
Medische beoordeling
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres, werkzaam als productiemedewerkster, liep op 11 juli 2011 een bedrijfsongeval op met zenuwletsel aan haar linker onderarm. Het UWV weigerde aanvankelijk een WIA-uitkering toe te kennen vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Na een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid per 1 juli 2016 en bezwaarprocedures, stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op 52,20% per 1 juli 2016 en later op 100%, waarna deze weer werd verlaagd tot 18,05% per 1 januari 2018 met beëindiging van de uitkering per 20 juni 2018.
De rechtbank liet een onafhankelijk deskundigenrapport opstellen dat afweek van het UWV-oordeel, met name over de functionele beperkingen en belastbaarheid van eiseres. De rechtbank oordeelde dat het UWV-besluit ondeugdelijk was gemotiveerd omdat het niet voldeed aan de bevindingen van de onafhankelijke deskundige. De rechtbank gaf het UWV de gelegenheid om het besluit binnen acht weken te herzien op basis van het deskundigenrapport.
De rechtbank hield de verdere beslissing aan en nam geen uitspraak over griffierecht en proceskosten. De uitspraak betreft een tussenuitspraak, waartegen nog geen hoger beroep openstaat.
Uitkomst: Het UWV krijgt acht weken om het besluit over de WIA-uitkering te herzien op basis van het onafhankelijke deskundigenrapport.