Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tholen om een omgevingsvergunning te verlenen aan een vergunninghouder voor het bouwen van een loods, weegbrug en milieustraat op een perceel te [plaatsnaam]. Het primaire besluit dateert van 21 augustus 2019, het bestreden besluit van 7 januari 2020. Eisers voerden aan dat hun belangen onvoldoende zijn meegewogen en dat het extra verkeer het woon- en leefklimaat negatief beïnvloedt.
De rechtbank oordeelt dat eisers [eiser2] en [eiser3] niet-ontvankelijk zijn omdat zij geen bezwaar hebben gemaakt zoals vereist. Daarnaast zijn eisers [eiser4] en [eiser5] niet meer woonachtig in de gemeente en kunnen zij daarom geen belanghebbenden zijn. De overige eisers ([eiser1] en [eiser 6]) worden niet als belanghebbenden aangemerkt omdat zij geen zicht hebben op het perceel, de afstand tot het perceel aanzienlijk is en de verplaatsing van het bedrijf geen wezenlijke toename van verkeersbewegingen veroorzaakt.
De rechtbank bevestigt dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Het beroep van [eiser4], [eiser5], [eiser2] en [eiser3] wordt niet-ontvankelijk verklaard, en het beroep van [eiser1] en [eiser 6] wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.