Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[belanghebbende], wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een aanslag reclamebelasting en daarbij aangegeven niet in staat te zijn het griffierecht te betalen wegens betalingsonmacht. De rechtbank heeft belanghebbende de mogelijkheid geboden dit nader te onderbouwen, maar hierop is geen reactie ontvangen.
De griffier heeft het beroep op betalingsonmacht afgewezen en belanghebbende schriftelijk, ook via aangetekende brief, geïnformeerd over de verschuldigdheid van het griffierecht en de mogelijke gevolgen van niet-betaling. De aangetekende brief is door belanghebbende opgehaald, maar het griffierecht is niet ontvangen.
Op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en wijst het beroep af op niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.