ECLI:NL:RBZWB:2021:3443
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, voormalig schoonmaakster, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 18 november 2020 waarin haar aanvraag voor een WIA-uitkering per 17 december 2019 werd geweigerd. De rechtbank heeft het verzoek van eiseres om zonder zitting uitspraak te doen gehonoreerd en het onderzoek gesloten op 2 juli 2021.
De kern van het geschil betreft de vraag of eiseres volledig of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is in de zin van de Wet WIA. Medische rapportages van verzekeringsartsen van het UWV hebben vastgesteld dat eiseres niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. De arbeidsdeskundige van het UWV heeft vervolgens drie functies geselecteerd die passend zijn voor eiseres, namelijk wikkelaar, monteur smartphones en tablets, en productiemedewerker industrie.
Eiseres stelde dat de motivatie voor deze functiekeuze ontbrak, maar de rechtbank constateerde dat de arbeidsdeskundige dit voldoende had beargumenteerd in een rapportage van november 2020, die ook aan eiseres was toegezonden. Eiseres heeft geen aanvullende gronden ingebracht.
Op basis van de vastgestelde beperkingen en de geschiktheid voor de functies concludeerde het UWV dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waardoor zij geen recht heeft op een WIA-uitkering. De rechtbank ziet geen reden om deze beoordeling te herzien en verklaart het beroep ongegrond. Verzoeken om dwangsom, rente, proceskostenvergoeding en griffierecht worden afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.