Eiseres, werkzaam als verzorgende IG, viel in september 2017 uit wegens gezondheidsklachten en verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV weigerde deze uitkering per 22 augustus 2019 op grond van onvoldoende arbeidsongeschiktheid. De rechtbank beoordeelde het geschil na onderzoek van medische rapporten van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige.
De verzekeringsartsen concludeerden dat eiseres fysieke en psychische beperkingen heeft, maar niet in die mate dat zij geen loonvormende arbeid kan verrichten. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 5 juli 2019 weerspiegelt deze beperkingen. Eiseres stelde dat zij onder meer PTSS en een persoonlijkheidsstoornis heeft, en dat het UWV onvoldoende rekening hield met haar medicatie en klachten, maar de rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd.
De arbeidsdeskundige stelde dat eiseres geschikt is voor bepaalde functies en dat haar mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt, wat geen recht op WIA-uitkering geeft. Omdat eiseres geen tegenbewijs leverde tegen deze berekening, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij proceskostenveroordeling af.