Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende was ingeschreven op een adres en had een personenauto op zijn naam staan. Voor de periode 7 januari 2020 tot en met 6 april 2020 werd een motorrijtuigenbelasting van €146 opgelegd, die niet tijdig werd betaald. Belanghebbende ontving de rekening niet en betaalde niet vóór de uiterste datum. De inspecteur legde daarom een naheffingsaanslag en een verzuimboete van €55 op.
Belanghebbende voerde aan dat hij de rekening niet ontving en ondanks pogingen om contact te krijgen met de Belastingtelefoon niet kon betalen. De rechtbank oordeelde dat het niet ontvangen van de rekening niet ontslaat van de betalingsplicht, die rechtstreeks uit de wet volgt. De verzuimboete is terecht opgelegd omdat belanghebbende niet alle redelijke zorg heeft betracht om tijdig te betalen, bijvoorbeeld door zelf het bedrag over te maken met vermelding van tijdvak en kenteken.
De rechtbank vond de boete passend en matigde deze niet. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verzuimboete van €55 wegens niet tijdige betaling van motorrijtuigenbelasting.