ECLI:NL:RBZWB:2021:361
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering omgevingsvergunning verbouwing pand
Verzoekster, een bedrijfsmatige verhuurder, heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg om een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een pand te weigeren.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Verzoekster heeft een economisch belang aangevoerd, namelijk het mislopen van huurinkomsten van € 2.500 per maand zolang onzekerheid bestaat over de verhuurbaarheid van de appartementen.
Dit financiële belang is volgens vaste rechtspraak echter onvoldoende om spoedeisendheid aan te nemen, tenzij sprake is van een financiële noodsituatie. Verzoekster heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij door het besluit in een dergelijke noodsituatie verkeert, mede omdat zij bedrijfsmatig verhuurt en niet afhankelijk is van de huurinkomsten van het betreffende pand.
Daarnaast is niet gebleken dat het bestreden besluit evident onrechtmatig is. Zonder diepgaand onderzoek bestaat geen reden om het standpunt van het college ernstig te betwijfelen. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de omgevingsvergunning wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.