Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.Het beslag
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 21 juli 2021 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van handel in hennepstekken tussen oktober en december 2016. De officier van justitie stelde dat verdachte op diverse momenten kartonnen dozen met hennepstekken vervoerde naar een garagebox en loodsen in Breda. De verdediging voerde aan dat de dozen plantenvoeding bevatten en dat verdachte geen wetenschap had van hennepstekken in de dozen.
Tijdens het onderzoek, dat startte na TCI-informatie over grootschalige verkoop van hennepstekken, vonden observaties plaats waarbij verdachte dozen ontving en vervoerde. In de loodsen werden grote aantallen hennepstekken en henneptoppen aangetroffen. Echter, de dozen die verdachte vervoerde zijn nooit geopend door politie of anderen, waardoor niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat deze hennepstekken bevatten.
De rechtbank overwoog dat de verklaringen van verdachte en een getuige over het vervoeren van plantenvoeding niet konden worden weerlegd. Het feit dat de dozen soortgelijk waren aan die met hennepstekken was onvoldoende bewijs. Daarom werd het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen geacht en sprak de rechtbank verdachte vrij.
Daarnaast werd de inbeslaggenomen personenauto van verdachte teruggegeven omdat hij was vrijgesproken. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer onder voorzitterschap van mr. W.J.M. Fleskens.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de kartonnen dozen hennepstekken bevatten.