Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[belanghebbende],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De belanghebbende, vertegenwoordigd door een gemachtigde, heeft beroep ingesteld tegen een aanslag vennootschapsbelasting. De rechtbank heeft de gemachtigde schriftelijk en per aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €360,00 en de gevolgen van niet-betaling.
De aangetekende brief is volgens Track&Trace bezorgd op het opgegeven adres, maar betaling van het griffierecht is niet ontvangen. Op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de rechtbank het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier P. van der Hoeven op 23 juli 2021 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.