ECLI:NL:RBZWB:2021:3729

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 juli 2021
Publicatiedatum
23 juli 2021
Zaaknummer
21/2878 t/m 21/2882
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46b Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing van belastingzaken naar rechtbank Den Haag wegens betrokkenheid rechtbank Zeeland-West-Brabant

In deze bestuursrechtelijke zaak betreffende belastingrecht heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 23 juli 2021 besloten de behandeling van vijf zaken (zaaknummers 21/2878 tot en met 21/2882) te verwijzen naar de rechtbank Den Haag. Deze beslissing is genomen op grond van artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie, dat voorziet in de mogelijkheid om een zaak naar een andere rechtbank te verwijzen indien betrokkenheid van de rechtbank de behandeling door een andere rechtbank wenselijk maakt.

De reden voor de verwijzing is dat de gemachtigde van belanghebbende werkzaam is bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waardoor sprake is van een zodanige betrokkenheid dat behandeling door een andere rechtbank gewenst is om belangenverstrengeling te voorkomen. De rechtbank achtte dit voldoende reden om de zaken over te dragen.

De beslissing is genomen door rechter S.A.J. Bastiaansen in aanwezigheid van griffier P. van der Hoeven en is openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. Tegen deze beslissing staat nog geen afzonderlijk rechtsmiddel open; dit kan worden ingesteld gelijktijdig met het rechtsmiddel tegen de einduitspraak in de betreffende zaken.

Uitkomst: De rechtbank Zeeland-West-Brabant verwijst de belastingzaken naar de rechtbank Den Haag wegens betrokkenheid van haar eigen gemachtigde.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummers BRE 21/2878 tot en met 21/2882
beslissing van 23 juli 2021
Beslissing inzake de toepassing van artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie in de gedingen tussen
[belanghebbende], gevestigd te [vestigingsplaats],
belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst,
verweerder.

1.Motivering

1.1.
In artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie is bepaald dat de rechtbank een zaak ter verdere behandeling kan verwijzen naar een andere rechtbank, indien naar haar oordeel door betrokkenheid van de rechtbank behandeling van die zaak door een andere rechtbank gewenst is.
1.2.
De rechtbank overweegt dat gemachtigde van belanghebbende werkzaam is bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Daarom is naar het oordeel van de rechtbank sprake van zodanige betrokkenheid van de rechtbank dat behandeling van de beroepen door een andere rechtbank gewenst is.

2.Beslissing

De rechtbank verwijst de zaken ter verdere behandeling naar de rechtbank Den Haag.
Deze beslissing is gedaan door mr. mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 23 juli 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat nog geen rechtsmiddel open. Dit kan worden ingesteld tegelijkertijd met het rechtsmiddel tegen de einduitspraak in deze zaak.