ECLI:NL:RBZWB:2021:3762
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- Peters
- Van Kralingen
- De Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in poging tot doodslag zaak
In deze zaak verzocht de verdachte wraking van drie rechters die betrokken waren bij zijn strafzaak wegens poging tot doodslag. De verdachte stelde dat de rechters de schijn van partijdigheid hadden gewekt doordat een gerelateerde zaak van een andere verdachte niet op dezelfde dag werd behandeld, terwijl dit aanvankelijk wel zo gepland was.
De wrakingskamer oordeelde dat het besluit om de zaken niet gelijktijdig te behandelen een procesbeslissing is waarover geen oordeel kan worden gegeven, tenzij sprake is van een uitzonderlijke omstandigheid die wijst op vooringenomenheid. Uit het dossier en de zitting bleek dat de rechters zich terugtrokken voor beraad en het verzoek om aanhouding van de zaak van de verdachte niet toewijzen op proceseconomische gronden.
De kamer concludeerde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen zijn dat de rechters vooringenomen zijn of dat de vrees van de verdachte daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Het wrakingsverzoek werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. De behandeling van de strafzaken wordt voortgezet zoals die was voor de schorsing wegens het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.