ECLI:NL:RBZWB:2021:3771
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking omgevingsvergunning windturbines
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noord-Beveland om het verzoek tot intrekking van een omgevingsvergunning voor de bouw van vier windturbines met transformatiegebouwtjes en een inkoopstation af te wijzen. Het verzoek tot intrekking is gebaseerd op een arrest van het Europese Hof van Justitie waarin is bepaald dat bepaalde besluiten en omzendbrieven over windturbines als plannen en programma's gelden waarvoor een milieueffectrapportage (MER) moet worden verricht.
De voorzieningenrechter overweegt dat de omgevingsvergunning sinds november 2018 onherroepelijk is en dat het treffen van een voorlopige voorziening die het gebruik van deze vergunning verbiedt een zeer ingrijpende maatregel is. Bij de belangenafweging weegt de rechtszekerheid van de vergunninghouder zwaar.
Verder is de voorlopige voorzieningprocedure niet geschikt om te beoordelen of een milieuherbeoordeling tot strengere normen zal leiden. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van het intrekkingsverzoek van de omgevingsvergunning voor windturbines wordt afgewezen.