ECLI:NL:RBZWB:2021:3807
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling CBR in proceskosten na intrekking rijbewijsbesluit
Verzoeker stelde beroep in tegen het besluit van het CBR om zijn rijbewijs ongeldig te verklaren. Nadat het CBR het oorspronkelijke besluit en het bestreden besluit had ingetrokken, trok verzoeker zijn beroep in en verzocht om veroordeling van het CBR in de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het CBR aan verzoeker was tegemoetgekomen door de intrekking van de besluiten, waardoor veroordeling in proceskosten gerechtvaardigd was. De proceskosten werden forfaitair vastgesteld op € 748,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Het griffierecht van € 178,- werd door het CBR vergoed op grond van de Awb, zodat daarvoor geen veroordeling nodig was. De rechtbank veroordeelde het CBR derhalve in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 748,-.
Uitkomst: Het CBR wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 748,-.