Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Overwegingen
3.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, eigenaar en gebruiker van twee woningen op een vakantiepark, betwistte de aanslag afvalstoffenheffing voor de recreatiewoning die niet permanent bewoond mag worden. Hij stelde dat hij geen gebruik maakt van de gemeentelijke afvalinzameling en dat het tarief onredelijk hoog is omdat geen rekening is gehouden met de grootte van het huishouden.
De rechtbank overwoog dat de gemeenteraad bevoegd is het systeem van afvalstoffenheffing vast te stellen en dat de heffing wordt opgelegd aan degene die feitelijk gebruik maakt van het perceel waarvoor een inzamelverplichting geldt. Het feit dat belanghebbende geen gebruik maakt van de inzameling doet hieraan niet af.
Verder oordeelde de rechtbank dat het tarief, ook al houdt het geen rekening met het aantal bewoners, niet onredelijk of willekeurig is. De rechtbank is niet bevoegd het door de gemeenteraad gekozen systeem te toetsen zolang het niet onredelijk is.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter T. Peters op 29 juli 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag afvalstoffenheffing wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt bevestigd.