Eiser vroeg op 27 oktober 2019 een omgevingsvergunning aan voor het kappen van een zomereik met een stamomtrek van meer dan 100 cm in zijn voortuin. Het college weigerde de vergunning op 24 januari 2020 en verklaarde de bezwaren van eiser op 15 juli 2020 ongegrond. Volgens het college heeft de boom waarde voor natuur, landschap, stads- en dorpsschoon en is deze beeldbepalend en gezond.
Eiser voerde aan dat het college het verkeerde toetsingsregime toepaste omdat de gemeentelijke website een andere Groene kaart toonde, en dat het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel hem een lichtere beoordeling recht gaf. De rechtbank oordeelde dat het strenge regime terecht werd toegepast en dat eiser tijdig op de juiste kaart was gewezen, waardoor geen gerechtvaardigd vertrouwen bestond.
Verder betwistte eiser de waarde van de boom en stelde dat de belangenafweging onvoldoende was gemotiveerd. De rechtbank vond dat het college voldoende had gemotiveerd waarom het belang van behoud zwaarder woog dan het belang van eiser, mede gelet op het deskundigenrapport. Ook het beroep op ongelijke behandeling faalde omdat de situaties niet vergelijkbaar waren.
De rechtbank concludeerde dat het college zijn discretionaire bevoegdheid op redelijke wijze had uitgeoefend en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.