ECLI:NL:RBZWB:2021:3932
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet volledig betaald griffierecht gegrond verklaard
Opposant had beroep ingesteld tegen het besluit van de deken van de Orde van Advocaten over de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar wegens niet volledig betaald griffierecht. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep niet-ontvankelijk zonder zitting omdat het griffierecht niet volledig was voldaan.
In het verzet betoogt opposant dat hij slechts een nota van €48,- ontving en een verzoek tot betalingsonmacht indiende dat werd afgewezen. Een hogere nota van €178,- werd hem niet correct aangeboden, waardoor hij niet op de hoogte was van het hogere bedrag. De rechtbank Oost-Brabant had de aangetekende brief niet op de juiste wijze bezorgd en had daarna het stuk per gewone post moeten verzenden, wat niet is gebeurd.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de niet-ontvankelijkverklaring buiten redelijke twijfel onjuist was en dat de zaak ten onrechte zonder zitting is afgehandeld. Het verzet is gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vervalt en de zaak wordt hervat met een zitting. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank benadrukt dat het beroep op betalingsonmacht niet mag leiden tot een hoger griffierechtbedrag, wat in strijd is met de rechtszekerheid.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd en de zaak wordt hervat met een zitting.