Eiseres heeft een WIA-uitkering aangevraagd, maar het UWV heeft deze geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank beoordeelt het geschil over de mate van arbeidsongeschiktheid per 22 mei 2019.
De medische beoordeling door de primaire arts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) concludeert dat eiseres weliswaar rugklachten en cognitieve beperkingen heeft, maar dat deze niet in die mate zijn vastgesteld dat zij recht geeft op een WIA-uitkering. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 18 december 2019 legt beperkingen vast, maar deze zijn niet onderschat volgens de rechtbank. De medische rapporten uit Turkije en de stelling van een beginnende Alzheimer worden onvoldoende onderbouwd geacht.
De arbeidsdeskundige heeft op basis van de FML passende functies geduid die eiseres kan verrichten. De berekening van het UWV leidt tot een arbeidsongeschiktheid van 0%. Omdat eiseres geen tegenbewijs heeft geleverd, oordeelt de rechtbank dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.