Eiseres, voormalig senior analist, heeft bezwaar gemaakt tegen het UWV-besluit waarin haar arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 61,30% met ingang van 30 oktober 2019. De rechtbank heeft het medisch dossier en de rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen zorgvuldig bestudeerd.
De verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) concludeerden dat eiseres beperkingen heeft in persoonlijk en sociaal functioneren, met een belastbaarheid van 4 uur per dag en 20 uur per week, zonder onregelmatige diensten en nachtwerk. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen adequaat waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
Eiseres voerde aan dat haar autisme spectrum stoornis (ASS) ernstiger is dan aangenomen en dat zij meer urenbeperking nodig heeft. De rechtbank vond echter dat de medische gegevens en rapportages geen aanleiding gaven om het oordeel van de verzekeringsartsen te wijzigen. Ook de door eiseres genoemde aanvullende medische verklaringen betroffen een latere periode en waren niet maatgevend voor de datum in geschil.
De arbeidsdeskundige stelde passende functies vast die eiseres met haar beperkingen kan uitvoeren, waarop het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid baseerde. De rechtbank vond geen reden om deze functies of de berekening van de arbeidsongeschiktheid te betwisten.
Het beroep wordt ongegrond verklaard. Eiseres kan bij verslechtering van haar situatie een melding doen bij het UWV. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of schadevergoeding.