ECLI:NL:RBZWB:2021:3969
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar inkomstenbelasting 2015
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2015. Hij verzocht om uitstel voor het indienen van de motivering van het bezwaar. De inspecteur verlengde de beslistermijn, maar stelde dat de termijn was opgeschort vanwege het uitstel. De rechtbank oordeelde dat het uitstel voor motivering niet leidt tot opschorting van de beslistermijn.
Na ontvangst van de motivering op 11 mei 2021 was de inspecteur in verzuim omdat de beslistermijn al was verstreken. De inspecteur had vervolgens onterecht de beslistermijn eenzijdig verdaagd. Omdat geen uitspraak op bezwaar was gedaan, verklaarde de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond.
De rechtbank bepaalde dat de inspecteur binnen twee weken alsnog uitspraak op bezwaar moet doen en stelde een dwangsom vast van €100 per dag bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en het griffierecht vergoed. Het beroep tegen de navorderingsaanslag zelf werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de bezwaarfase niet was doorlopen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is gegrond verklaard en de inspecteur is opgedragen binnen twee weken alsnog uitspraak op bezwaar te doen.