ECLI:NL:RBZWB:2021:4048
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt gegrond beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar vennootschapsbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting over de jaren 2014 tot en met 2017. De inspecteur stelde niet tijdig uitspraak op bezwaar. Belanghebbende stelde de inspecteur in gebreke en diende vervolgens beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelde dat het bestuursorgaan inderdaad niet tijdig had beslist en verklaarde het beroep gegrond. De rechtbank stelde een termijn van twee weken vast waarbinnen de inspecteur alsnog uitspraak op bezwaar moet doen. Tevens legde de rechtbank een dwangsom op van € 100 per dag overschrijding, met een maximum van € 15.000.
Een verzoek om schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op € 374, en het griffierecht van € 360.
Omdat geen uitspraak op bezwaar was gedaan, kon de rechtbank niet inhoudelijk op de bezwaren tegen de belastingaanslagen ingaan. Rechtstreeks beroep tegen de aanslagen werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de bezwaarfase niet was doorlopen.
De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 5 augustus 2021 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar is gegrond verklaard en de inspecteur is opgedragen binnen twee weken alsnog uitspraak te doen onder dreiging van een dwangsom.