ECLI:NL:RBZWB:2021:4080
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen dwangbevel en invorderingskosten gemeentelijke belastingen
Belanghebbende en zijn broer zijn sinds 19 december 2018 voor gelijke delen eigenaar van een woning. De gemeente heeft de aanslag gemeentelijke belastingen en het daaropvolgende dwangbevel met invorderingskosten aan de oudste eigenaar, de broer van belanghebbende, opgelegd conform gemeentelijke beleidsregels.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen het dwangbevel en de aan hem niet gerichte correspondentie, maar de rechtbank oordeelt dat het dwangbevel terecht aan de oudste eigenaar is opgelegd en dat de aanslag en aanmaning buiten het geschil vallen. De invorderingskosten zijn volgens de rechtbank correct vastgesteld volgens de toepasselijke wet- en regelgeving.
De rechtbank wijst het beroep af en benadrukt dat het aan belanghebbende en zijn broer is om onderling afspraken te maken over de verdeling van de kosten. Ook de afwezigheid van de oudste eigenaar wegens stage leidt niet tot kwijtschelding van de invorderingskosten. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het dwangbevel en de invorderingskosten wordt ongegrond verklaard.