ECLI:NL:RBZWB:2021:4094

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 augustus 2021
Publicatiedatum
9 augustus 2021
Zaaknummer
AWB- 20_8468
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling bestuursorgaan in proceskosten wegens niet tijdig beslissen bijzondere bijstand

Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het dagelijks bestuur van Baanbrekers op zijn aanvraag van bijzondere bijstand voor rechtshulpkosten. Na het beroep nam Baanbrekers alsnog een besluit, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.

De rechtbank oordeelde dat het bestuursorgaan door het alsnog nemen van het besluit gedeeltelijk aan verzoeker was tegemoetgekomen, waardoor veroordeling in proceskosten op zijn plaats was. Gelet op jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep werden de proceskosten als licht aangemerkt en vastgesteld op € 374,-.

Daarnaast werd overwogen dat het griffierecht van € 48,- door Baanbrekers aan verzoeker wordt vergoed op grond van de Awb, zodat een veroordeling daarvoor niet nodig was. De rechtbank veroordeelde Baanbrekers tot betaling van de proceskosten aan verzoeker.

Uitkomst: Het bestuursorgaan Baanbrekers is veroordeeld tot betaling van € 374,- aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 20/8468 PW
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 augustus 2021 op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam verzoeker] , te [naam woonplaats] , verzoeker,

gemachtigde: mr. F.R.G. Keijzer,
en

het dagelijks bestuur van de Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft bij brief van 10 september 2020 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door Baanbrekers op zijn aanvraag van 20 april 2020 om bijzondere bijstand voor de kosten van rechtshulp op grond van de Participatiewet.
Bij besluit van 26 oktober 2020 heeft Baanbrekers een besluit genomen.
Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken, met het verzoek Baanbrekers te veroordelen in de proceskosten. Baanbrekers heeft bij brief van 6 mei 2021 gereageerd en aangegeven dat de aanvraag bijzondere bijstand is afgewezen op draagkracht en dat daarbij is verwezen naar de eerdere afwijzende beschikking van 7 mei 2020. Verder geeft Baanbrekers aan dat aan verzoeker de volledige dwangsom is toegekend wegens het overschrijding van de beslistermijn.
De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit van 26 oktober 2020 dat Baanbrekers in ieder geval gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen door naar aanleiding van het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen alsnog op de aanvraag te beslissen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding Baanbrekers te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Daarbij merkt de rechtbank het gewicht van de onderhavige zaak aan als licht, gelet op de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, waarin is overwogen dat geschillen met betrekking tot het uitblijven van een besluit als licht moeten worden beschouwd.
Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 374,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 748,‑ en wegingsfactor 0,5).
3. De rechtbank overweegt ten overvloede dat Baanbrekers op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 48,- aan verzoeker dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt Baanbrekers in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 374,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 9 augustus 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te tekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.