ECLI:NL:RBZWB:2021:4118
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op aanvullende beurs met terugwerkende kracht wegens wettelijke termijn en hardheidsclausule
Eiser heeft zich ingeschreven voor een vierjarige HBO-opleiding en ontving vanaf september 2015 een basisbeurs. Hij heeft pas in juli 2020 een aanvullende beurs aangevraagd met terugwerkende kracht vanaf september 2019. Eiser stelt dat hij door privéomstandigheden niet eerder een aanvullende beurs heeft aangevraagd en verzoekt toepassing van de hardheidsclausule om de beurs vanaf 2016 toe te kennen.
De rechtbank stelt vast dat op grond van artikel 3.21 van de Wet studiefinanciering 2000 studiefinanciering niet wordt toegekend voor een periode voorafgaand aan het studiejaar waarin de aanvraag is ingediend. DUO heeft de aanvullende beurs terecht toegekend vanaf september 2019, de start van het studiejaar waarin de aanvraag is gedaan.
De rechtbank overweegt dat de privéomstandigheden van eiser, hoewel verdrietig, niet leiden tot een situatie van overmacht die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigt. Daarnaast is eiser zelf verantwoordelijk voor het verzamelen van informatie over studiefinanciering, die voldoende toegankelijk was via de website van DUO. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvullende beurs wordt toegekend vanaf september 2019 zonder terugwerkende kracht.