ECLI:NL:RBZWB:2021:4125
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op inkomstenvrijlating bij bijstandsuitkering en arbeidsinschakeling
Eiseres, die sinds 2011 een bijstandsuitkering ontvangt en via gastouderbureaus werkt, maakte bezwaar tegen het besluit van Werkplein Hart van West-Brabant om vanaf 1 februari 2019 een gedeeltelijke inkomstenvrijlating toe te kennen. Zij stelde dat de vrijlating eerder had moeten ingaan en dat deze ambtshalve had moeten worden toegepast. Werkplein verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde het besluit.
De rechtbank overwoog dat de adviescommissie niet verplicht is voor besluitvorming en dat eiseres correct is gehoord. Het college mocht bepalen dat inkomstenvrijlating alleen op schriftelijk verzoek wordt toegekend, omdat dit maatwerk vereist. Het beleid is niet onredelijk en sluit aan bij vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
Verder oordeelde de rechtbank dat de vrijlating een instrument is ter bevordering van arbeidsinschakeling en niet bedoeld is als inkomensondersteuning. Omdat eiseres al bij aanvang van de uitkering inkomsten had en wisselende inkomsten uit dezelfde arbeid, droeg de vrijlating niet bij aan haar arbeidsinschakeling. De rechtbank handhaafde het besluit en wees het beroep af.
Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter Marsé op 12 augustus 2021 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot inkomstenvrijlating wordt ongegrond verklaard.