Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het procesverloop
- het wrakingsverzoek ontvangen bij e-mail van 3 augustus 2021,
- de mededeling van mr. J.A.J. van den Boom van 4 augustus 2021 dat hij niet in de wraking berust.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoekster Justitae Tenax B.V. heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die haar zaak behandelde, stellende dat sprake zou zijn van schending van artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) betreffende het recht op een eerlijke procesgang.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat de beslissing van de rolrechter op de rolzitting van 7 juli 2021 een procesbeslissing betreft, welke in principe geen grond voor wraking vormt. Verzoekster heeft geen feiten of omstandigheden gesteld die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid opleveren of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
De correspondentie van verzoekster werd na verwijzing van de zaak naar de rol voor het wijzen van vonnis geretourneerd, wat standaard uitvoeringshandelingen zijn en geen indicatie van onpartijdigheidsschending vormen.
Daarom verklaarde de wrakingskamer het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond en bepaalde dat de zaak zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens indiening van het verzoek. Een mondelinge behandeling van het verzoek werd achterwege gelaten.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen rolrechter wordt kennelijk ongegrond verklaard en de zaak wordt voortgezet.