Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
kalenderjaar 2020vastgesteld op de hierna vermelde bedragen (vorderingsnummer [vorderingsnummer] ).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarden van zes woningen in Tilburg voor het kalenderjaar 2020. De heffingsambtenaar had de WOZ-waarden vastgesteld op basis van taxatierapporten en vergelijkingsmethoden met referentiewoningen.
Belanghebbende stelde dat de WOZ-waarden te hoog waren vanwege slechte staat van onderhoud, noodzakelijke renovaties en andere gebreken. De rechtbank heeft per woning beoordeeld of de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarden niet te hoog waren vastgesteld, mede aan de hand van de vergelijkingsmethode en de gehanteerde referentiewoningen.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar in alle gevallen voldoende rekening had gehouden met verschillen tussen de woningen en de referentiewoningen, waaronder aftrek voor achterstallig onderhoud en constructieve gebreken. De stellingen van belanghebbende dat de woningen minder waard zouden zijn door renovatieachterstand of andere omstandigheden werden niet gevolgd.
De rechtbank wees ook het verzoek om vrijstelling van betalingsplicht af wegens gebrek aan wettelijke grondslag en verklaarde de beroepen ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De beroepen tegen de vastgestelde WOZ-waarden en aanslagen worden ongegrond verklaard.