ECLI:NL:RBZWB:2021:4262
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen niet tijdig beslissen op Wob-verzoek inzake planontwikkeling en financiële rapporten
Eiser diende op 1 april 2020 een Wob-verzoek in bij het college van Gedeputeerde Staten (GS) van Zeeland, met betrekking tot documenten over een planontwikkeling, bouwprojecten en financiële rapporten vanaf januari 2013 tot april 2020. Het college nam niet tijdig een besluit, waarop eiser beroep instelde wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek complex en omvangrijk is vanwege ten minste 6500 documenten, maar dat dit het college niet ontslaat van haar beslisplicht. Ondanks pogingen tot precisering van het verzoek, bleef het college in gebreke. De rechtbank stelde vast dat de beslistermijn was overschreden en dat het beroep gegrond is.
De rechtbank bepaalde dat het college binnen zes weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen en een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 verbeurt bij overschrijding. Tevens moet het college het betaalde griffierecht aan eiser vergoeden. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het college van GS moet binnen zes weken een besluit nemen op het Wob-verzoek, met een dwangsom bij overschrijding en vergoeding van het griffierecht.