ECLI:NL:RBZWB:2021:4293
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Veroordeling CBR in proceskosten na teruggeven rijbewijs na voorlopige voorziening
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van het CBR tot ongeldigverklaring van zijn rijbewijs en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter in Rotterdam wees dit verzoek toe en schorste het besluit tot zes weken na beslissing op bezwaar. Ondanks de schorsing kreeg verzoeker zijn rijbewijs niet terug, waarna hij opnieuw een voorlopige voorziening verzocht om naleving van het eerdere vonnis.
Voordat de zitting plaatsvond, gaf het CBR het rijbewijs alsnog terug per aangetekende brief, waarna verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening introk en verzocht het CBR te veroordelen in de proceskosten. Het CBR stemde in met vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het CBR aan verzoeker was tegemoetgekomen en veroordeelde het CBR in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 748 op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is definitief en werd gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande op 25 augustus 2021.
Uitkomst: Het CBR is veroordeeld in de proceskosten van verzoeker ter hoogte van € 748 na teruggeven van het rijbewijs.